Zomaar, om bij te blijven
Indische gans
Aanmelden medewerkers

Leur

De heerlijkheid Leur is één van de kleinste dorpjes in het Land van Maas en Waal. Het gaaf bewaard gebleven dorp telt volgens deze bron ongeveer 50 huizen, hoofdzakelijk boerderijen, waarvan een groot deel als monument beschermd wordt. De dorpskerk ligt op een verhoogd, door eikebomen omringd kerkhof.

leur-18Ten oosten van de kerk bevindt zich een vliedberg, destijds toevluchtsoord voor mensen en dieren bij overstromingen. Ten zuiden van de kerk ligt een door een watersingel omgeven terrein, waar een kasteel zou hebben gestaan.

Gezicht op de achter de kerk gelegen Vliedberg.

De huidige kerk bestaat in hoofdzaak uit baksteen. De kappen zijn bedekt met leien in maasdekking. Van oost naar west bestaat het gebouw uit een laat gotisch koor met twee traveeën en een half-zeshoekige sluiting. Het koor bezit steunberen en is met stenen net- en stergewelven overkluisd.
De spitsboogvensters hebben haakse dagkanten en neogotische harnassen.
Het koor is gemetseld van baksteen en met speklagen van tufsteen bekleed. Tegen de zuidgevel bevindt zich een grafkapel uit 1752.
Het schip is lager dan het koor en is bijna geheel in baksteen uitgevoerd. De rondboogvensters aan de noordzijde zijn nog oud. Aan de zuidzijde zijn ze geplaatst in de gedichte scheibogen naar een verdwenen zijbeuk.

leur-22Het aardsbisdom en het aardsdekenaat van Xanten beschikken over registers waarin de verplichte bijdragen van kerken en geestelijke instellingen waren vermeld. Deze lijsten zijn de oudste geschiedbronnen voor de Leurse kerk. De kerk wordt voor het eerst genoemd aan het eind van de 13e eeuw.

_______________________

“In het begin van de 80-jarige oorlog bleef de bevolking trouw aan het katholieke geloof. Verschillende priesters hadden andere opvattingen, zie het volgende: Op de feestdag van Maria Boodschap, namelijk op 25 maart 1546, is in Leur tussen Kapelaan Overbeke en Willemken, de vrouw van koster Johan de Leeuw een handgemeen ontstaan. De kapelaan was het niet eens met de plaatsing van een in Den Bosch gekocht Mariabeeld op het altaar. De kwestie liep hoog op. Later wist men zich deze ‘ketterij’ van Leur nog te herinneren.
In de nazomer van 1566 werden door een groepje jonge mannen de beelden in o.a. de Leurse kerk gebroken. Eén van de Batenburgse Landjonkers heeft hierin de hand gehad. De Jonkers waren de nieuwe leer toegedaan. Ze vochten aan de kant van de opstandelingen tegen de Spaanse koning.
In Batenburg deelde kanunnik Willem van de Scheer in 1567 de Paascommunie in twee gedaanten uit (dat wil zeggen geheel volgens de leer van de reformatie).
In 1607 kwam het tot een wapenstilstand en kreeg de reformatie ruim baan. Leur werd sindsdien door een hervormd predikant bediend.
De protestanten kwamen in het bezit van vrijwel alle openbare functies en de hervormde kerk had min of meer de positie van staatskerk. Hoe klein het groepje protestanten ook was, de plaatselijke kerk was hun bezit. Zij konden die vaak nauwelijks onderhouden en dat heeft zo zijn consequenties voor het onderhoud ervan gehad.
Bij de komst van de Fransen (1794) raakten de protestanten in kerkelijk en maatschappelijk opzicht hun bevoorrechte positie kwijt. De katholieken werden gelijkwaardige burgers.”

_______________________

In de jaren 1970 en 1986 hebben bodemonderzoekingen belangwekkende gegevens over vroegere gedaanten van de kerk aan het licht gebracht. Van het oudste kerkje zijn alleen de funderingen teruggevonden. Ze bestaan uit tufsteen (keien van 5 tot 10 cm in cement volgens het plaatje – jdb) en kolenzandsteen (zie wikipedia). De aanlegbreedte is 75 cm, inwendig meet de kerk 6 x 12 meter.
Bij de opkomst van de baksteentechniek werd het schip westwaards verlengd met een ruimte van 6 meter in het vierkant. De muren hiervan zijn 60 cm zwaarder. Er moet ooit een brand geweest zijn, daar zijn de sporen van gevonden. Uit opnamen van rond 1900 door Wilh. Ivens (vader van Joris) blijkt dat toen de muren wit gepleisterd waren.

In de vorige eeuw deden alleen het koor en de laatste schiptravee dienst als kerkruimte. Door middel van een schotwerk was de overige ruimte afgescheiden. Omdat het torenportaal als gevangenis dienst deed werd de noordelijke ingang door de kerkgangers gebruikt. Dit gebruik is tot de restauratie van 1910 in stand gebleven.

leur-15

Eén van de laatgotische panelen die
in 1912 werden opgenomen in de nieuwe
kerkbanken.
Dit exemplaar bevindt
zich in het achterschot van de
noordelijke herenbank. De twee kopjes
vormen een aardig detail.

 

Op de noordoostelijke wand van het koor is een muurschildering blootgelegd. Hierop wordt de mannaregen in de woestijn uitgebeeld. De schildering omgeeft het tabernakelkastje. Aan de bovenzijde is de gestalte van God de vader zichtbaar, met op de banderol de tekst:
leur-24“Ecce ego pluam vobis panem de coelo” (Zie, ik zal voor u brood uit de hemel doen regenen).
Lager ziet men hoe het brood wordt verzameld en geheel links de dans om het gulden kalf. Op de voorgrond staan twee figuren die mogelijk Mozes en Aäron voorstellen.

Het Leichorgel, geplaatst op een balkon achter in de kerk, is gebouwd omstreeks 1875. Daarbij werd gebruik gemaakt van ouder materiaal waaronder een achttiende-eeuwse windlade en zeventiende-eeuws pijpwerk. Het fraai gevormde klavier is van oudere oorsprong.

Bij de restauratie van de toren bleken onderdelen en verbindingen totaal vergaan. De spits bleek zover naar het zuidwesten te zijn verzakt dat de zuidwestelijke hoekkeperlijn 31 cm. korter geworden was dan de noordoostelijke.

Na overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werd besloten om de scheefstand zo te laten omdat de spits al ruim 100 jaar deze afwijking heeft bezeten.

Op vrijdag 12 juni 1987 werd de kerk onder grote belangstelling feestelijk heropend. De opening werd verricht door L.Th. Wall, de laatste notabel van Leur en tevens één van de oudste inwoners van het dorp.
De orgeladviseur Klaas Bolt wijdde, geassisteerd door orgelmaker A.H. de Graaf met spel en toelichting het orgel in.
In een gloedvolle en geïnspireerde toespraak dankte de voorzitter van de plaatselijke commissie – B.P. Baron van Verschuer – allen die zich hebben ingezet om de restauratie te doen welslagen.

(Bron: “De Kerk te Leur. Geschiedenis en bouw van de Kerk te Leur” van H.J. van Capelleveen en D.J.K. Zweers.)

Er bestaat een schilderij van de toren. Dit schilderij is in bezit van het Valkhofmuseum, maar wordt momenteel niet geëxposeerd (zie onder).

leur-11

 

 

  • A  A  A  A  
    Tweets


    Copyright © 2014. All Rights Reserved.