Zomaar, om bij te blijven

De Pelgrimsroute

De wandeling ‘de Templetroute’ is voor een deel gebaseerd op een in vroeger tijden bestaande route over hogere zandruggen. Zie onderstaande kaart van het Land van Maas en Waal van rond 1300:

tempelorde

Er zijn op diverse plaatsen mogelijke vestigingen van de Tempelorde gevonden. Op de kaart zijn die plekken met cijfers aangegeven:

DeTemplet-kl1. Bergharen – de boerderij Den Kloosterhof

2. Beuningen – de hofstede Den Olden Tempel

3. Hernen – de boererij De Templet met het grondstuk De Tempel

4. Leeuwen – de boerderijen De Tempel en De Vorstkamer

5. Linden – het grondstuk Het Tempelierenklooster

6. Neerbosch – het Buiten De Tempel

7. Ochten – het veerhuis De Tempel en het grondstuk De Tempel

8. Overasselt – het veerhuis De Tempel, de Tempelstraat en het Tempelse Veer

 

De Tempelorde

Er zijn nogal wat aanwijzingen gevonden dat het inderdaad vestigingsplaatsen van de Tempelorde betreft. De Orde was actief in de dertiende eeuw. In het begin van de veertiende eeuw – toen de dijkgordel gesloten werd – hield ze op te bestaan. Voor haar vestigingen was ze dus aangewezen op niet door het water bedreigde plaatsen. Ontginning en drooglegging van moerassen worden sterke punten van de Orde genoemd. Het beschermen en het verlenen van hulp aan pelgrims en reizenden in het algemeen was een hoofdtaak van die orde.

 

Geïsoleerd gebied

Niet alleen de genoemde regelmatigheden, maar ook de verdichting van de lokaties rond Maas en Waal wordt met deze aanname begrijpelijk. Maas en Waal was, vóór het in het begin van de veertiende eeuw door een gesloten dijk beschermd werd, een moeilijk toegankelijk gebied. Meanderende rivieren, vlechtende strangen, grillige binnenrivieren en moerassen, dit alles met wisselende waterstanden, bepaalden het landschap. Groepjes bewoners leefden er geïsoleerd op zandopduikingen en oeverwallen, buiten het bereik van vorsten en andere gezagdragers.
Het was een praktisch niet te nemen hindernis voor verkeer tussen de zuidelijk en noordelijk ervan gelegen hogere gebieden. Voor wie zich tot taak stelde reizigers bij te staan, wegen te beveiligen, eigen legertransporten te verzorgen, moerassen droog te leggen, woeste grond te ontginnen, landgoederen te exploiteren, enz. lag er het nodige pionerswerk te wachten.

 

Een pelgrimsroute

Gezien de ligging van de locaties lijkt het vermoeden gerechtvaardigd, dat de Tempelridders zich het lot hebben aangetrokken van reizigers, die gebruik wilden maken van een weg door Maas en Waal over de zandrug, die zich uitstrekt van Horsen naar Heumen. Deze weg zal deel hebben uitgemaakt van de pelgrimsroute van Utrecht door het Maasdal naar het Zuiden. De reeks van mogelijke steunpunten van de Tempelorde langs deze route spreekt duidelijke taal.
Vanaf Utrecht vinden we achtereenvolgens: De Bilt, Rijsenburg, Ochten met een veer over de Waal, Bergharen met een veer of voord over een binnenrivier, Hernen eveneens met een veer of voord over een binnenrivier, Overasselt met een veer over de Maas, Linden bij het zelfde Maasveer, en tenslotte Oeffelt aan het begin van de weg naar het zuiden, de oude Romeinse weg langs de linker Maasoever.

Bron: http://www.tempelieren.nl/

Tweets