Zomaar, om bij te blijven

Emmaüsklooster

Den Bosch werd bestuurd door de Spanjaarden en belegerd door de Staatsen onder leiding van Frederik Hendrik. Na de val van Den Bosch in 1629 moesten veel katholieke geestelijken die stad verlaten. Er heerste vanaf dat moment geen godsdienstvrijheid meer. 
Ook de Kapucijnen zochten hun heil elders en wel in het Land van Ravenstein, waar men ongestoord zijn geloof mocht beleven. 

 

Basilius van Brugge

De Kapucijnen, onder leiding van Basilius van Brugge, vestigden zich uiteindelijk in Velp.

Eind 1644 kochten enkele rijke katholieken uit Grave in Velp een stuk grond met een huisje erop dat de naam Emmaüs droeg en dat  in 1645 als klooster wed betrokken.
Na diverse verdere aankopen en schenkingen werd het terrein uitgebreid. Tenslotte werd er in 1662 een klooster gebouwd.
 
 

Zielszorg Grave

Vanuit dit klooster werd de zielzorg voor de katholieke bewoners van Grave verzorgd, vaak in het geheim. In 1662 werd het klooster uitgebreid en werd een nieuwe kapel gebouwd.
In de jaren 1717-1719 werd een nieuw klooster gebouwd en in 1732 werd een kerk met een barokinterieur ingewijd.

In de gevel ervan bevindt zich het wapen van Karel Philip van Palts-Neuburg, de heer van Ravenstein in 1663.

 

Franse bezetting

Tijdens de Franse bezetting konden de kapucijnen zich nog lange tijd handhaven, maar in januari 1812 moesten ze hun klooster ontruimen.
Toen Napoleon was verslagen en het Koninkrijk der Nederlanden werd ingesteld, mochten de paters in mei 1814 hun klooster weer in bezit nemen, maar Koning Willem I verbood hen novicen aan te nemen, zodat het klooster langzaam uitsterven zou. In 1840 werd door Koning Willem II dit verbod ongedaan gemaakt. Er waren toen nog maar een paar, zeer bejaarde, monniken over.

 

 

Opnieuw bloei

Na de opheffing van het verbod kwamen er weer novicen en het klooster bloeide weer op. Ten gevolge van de ontkerkelijking in de jaren 60 van de 20e eeuw kwamen er opnieuw geen novicen meer.

 

 

 

Huidige functie

Het klooster is eigendom van het Provincialaat van de Kapucijnen. In 1979 werd het, in samenwerking met de Clarissen van Babberich, omgevormd tot een bezinningshuis.

 

 

Achter in de tuin bevindt zich nog het pesthuisje, waarin broeders met een besmettelijke ziekte werden verpleegd.

 

 

 

Interieur

Het barokke karakter van de kapel wordt in het interieur uitbundig ten toon gespreid.

Tweets